Deze pagina is op 30 August, 2010 voor het laatst bijgewerkt.

 

O De nieuwe Nederlandse Zorgverzekeringswet

o Emigratiebelasting

O De gevolgen in detail

O Voldongen feiten of is het laatste woord nog niet gesproken

o Gerechtelijke stappen

o Politieke lobby en overige maatregelen

o Oproep

o Meer informatie

 

De nieuwe Nederlandse Zorgverzekeringswet

 

In november 2005 werden wij middels brief en brochure van het Nederlandse College voor Zorgverzekeringen, het CVZ, geconfronteerd met het nieuwe Nederlandse zorgstelsel. En met ons alle in het buitenland wonende Nederlanders, die al dan niet gepensioneerd, met de VUT of anderszins uitkeringsgerechtigd zijn. Duidelijk werd dat het nieuwe wetsvoorstel zeer nadelig zou zijn voor vele van deze geëmigreerde Nederlanders in de andere Europese landen.

 

De nieuwe Nederlandse Zorgverzekeringswet, die op 1 januari 2006 in werking is getreden, heeft gevolgen voor alle in het buitenland wonende personen – en dat hoeven helemaal geen Nederlanders te zijn – die als enig inkomen een wettelijk pensioen of uitkering van Nederland hebben. Dat zijn er binnen de EU zo’n 103.000, die inmiddels bekend geworden zijn onder de (onjuiste) geuzennaam: Pensionado’s.

Al deze “buiten-Nederlanders” zijn sinds 1 januari 2006 uitgesloten van het nieuwe Nederlandse zorgstelsel. (Voor 1 januari 2006 was dat niet zo.) Desondanks wordt het merendeel fors gekort op hun pensioen of uitkering, omdat zij aan Nederland op het Nederlandse stelsel gebaseerde bijdragen moeten betalen.

 

 

Emigratiebelasting

 

Artikel 69 van de nieuwe Zorgverzekeringswet maakt op 1 januari 2006 van alle Nederlanders in het buitenland (EU-, EER- en verdragslanden) met uitsluitend een inkomen uit Nederland “verdrags- gerechtigden” met betrekking tot de Europese sociale verzekeringsverordening EU-1408/71. Mensen die door Nederland nogal slordig onder dit “verdragsrecht” worden geschaard hebben op grond van genoemde verordening ten laste van Nederland recht op medische zorg, zoals die in het woonland geldt: woonlandzorg dus op basis van een communautaire titel. Volgens artikel 69 van de Zorgverzekeringswet moeten zij zich, via het ziekenfonds van het woonland, aanmelden bij het CVZ en zijn bijdrageplichtig.

Dat wil zeggen, als je niet onder het wettelijke ziektekostenstelsel valt van het land waar je woont (bijvoorbeeld door werk of een uitkering in je woonland), dan past de Nederlandse overheid de Europese verdragsregels dwingend toe. Nederland verlangt hiervoor dan wel een financiële bijdrage.

 

Het  zal geen verbazing wekken, dat de kosten van deze Nederlandse maatregel een regelrechte aanslag is op de beurs van iedere buiten-Nederlander. Los van de hoogte van de nieuwe ziektekostenbijdragen, betekent de nieuwe zorgwet in Nederland voor heel veel Nederlanders in het buitenland een enorme achteruitgang in de kwaliteit van hun medische zorg.

 

In werkelijkheid is het hele artikel 69 van de Zorgverzekeringswet gewoon een ordinaire emigratiebelasting, omdat er helemaal geen Europese, wettelijke verplichting bestaat tot inschrijving met een E-121 formulier bij de uitvoerder van de wettelijke zorg in het woonland. Sterker nog, zonder inschrijving komt er helemaal geen betalingsverkeer tussen  Nederland en het woonland tot stand !

Wie zich namelijk niet meldt en dus geen kosten voor Nederland veroorzaakt moet van Nederland toch de bijdrage (met boete) betalen (!), terwijl natie-Nederland-wijd men nog steeds denkt, dat Nederland alle zorg voor alle geëmigreerde pensioen- en uitkeringstrekkers moet betalen . . .

 

 

De gevolgen in detail

 

Deze pakken voor de door Nederland gebombardeerde “verdragsgerechtigden” in Oostenrijk hoofdzakelijk financieel uit. Dit als gevolg van het meer dan uitstekende zorgstelsel in dit land.

 

(1) Belemmering van het vrije verkeer van personen

 

De communautaire voorschriften inzake sociale zekerheid zorgen voor coördinatie van de nationale sociale zekerheidsstelsels. Of, eenvoudig uitgedrukt: een persoon die zijn recht op vrij verkeer en verblijf heeft uitgeoefend - lees: een persoon die is geëmigreerd - mag daardoor niet in een slechtere situatie verkeren dan een persoon die altijd in één en hetzelfde EU-land heeft gewoond en gewerkt.

De facto heeft echter de nieuwe Nederlandse Zorgverzekeringswet “belemmering van het vrije verkeer van personen binnen Europa” tot gevolg, want er zijn migranten teruggekeerd naar Nederland om reden van financiële en/of medische noodzaak:

a. voor degenen die via het belastingstelsel van het woonland al voor de medische zorg betalen (geldt niet voor Oostenrijk) komt daarboven op de inhoudingen voor de zorgverzekering door Nederland;

b. degenen die in hun woonland al jaren een zorgverzekering hadden afgesloten, particulier of ziekenfonds (bijvoorbeeld Oostenrijk) moeten ook voor de Nederlandse zorgverzekering gaan betalen;

c. degenen die voor a. en voor b. betalen (geldt niet voor Oostenrijk) betalen door de bijdragen aan de Nederlandse zorgverzekering driemaal voor dezelfde dienst;

d. en buiten dat, tenslotte, staat met name in de zuideuropese landen de wettelijke medische zorg in het woonland op een laag niveau of is beperkt (geldt, zoals gezegd, niet voor Oostenrijk).

In eerste instantie werden gevallen bekend waarbij sprake was van kostenstijgingen van 400%! Dit werd veroorzaakt doordat tegelijkertijd de particuliere verzekeraars met de nieuwe wet de mogelijkheid kregen en van die gelegenheid gebruik maakten om de buitenland polissen massaal op te zeggen. Hierdoor werden betrokkenen van het “verdragsrecht” afhankelijk  gemaakt.

De exorbitant hoge en extra kosten werden in mei 2006 voor het leeuwendeel van de betrokkenen met name in de zuideuropese landen dragelijker door de latere invoering van de Woonlandfactoren, hoewel door de gehanteerde rekenmethode voor buiten-Nederlanders in noordeuropa nog veel ongunstiger bedragen werden gecreëerd.

 

(2) Verzekerd bij een Nederlandse zorgverzekeraar

 

Iedere buiten-Nederlander die verzekerd was bij een Nederlandse zorgverzekeraar, het ziekenfonds dan wel een particuliere verzekeraar met een buitenland polis, werd verplicht zich vòòr 1 januari 2006 aan te melden bij het ziekenfonds in het woonland middels een E-121 formulier. Verzekerd zijn bij een Nederlandse zorgverzekeraar is na 1 januari 2006 niet meer mogelijk.

 

De met jarenlange bijdragen, in Nederland verkregen rechten zijn eenzijdig opgezegd zonder een – Nederlands – alternatief. Ex-ziekenfonds patiënten (ca. 60.000) is het niet langer toegestaan zich te laten behandelen in Nederland. Ex-particulier verzekerden (ca. 40.000) worden veroordeeld tot een toestand, waarin zij vaak wegens hun leeftijd of een medische “voorgeschiedenis” niet meer de onmisbare, aanvullende particuliere verzekering kunnen afsluiten dan wel worden ze gedwongen tot hogere kosten.

 

Voor Nederlanders in Oostenrijk is dit geen ramp. Aangezien het Oostenrijkse zorgstelsel zeer goed, zo niet beter is dan het Nederlandse, zal geen enkele Nederlander in Oostenrijk er moeite mee hebben zich te moeten aanmelden bij één van de Oostenrijkse “Krankenkassen”. Waarschijnlijk was dat al het geval.

 

In de zuidelijke Europese landen, zoals ondermeer Spanje en Portugal, ligt dat anders. De ziekenfondsen daar stellen niets voor en de meeste “Pensionado’s” wonen in deze landen. Zij konden vanaf 1 januari 2006 geen toegang meer krijgen tot Nederlandse zorgvoorzieningen. Ook niet tot die van particuliere verzekeraars, waarmee een buitenland polis was afgesloten, want deze laatsten zegden eenzijdig die dure polissen van die oudjes op.

 

Want het gaat vooral om gepensioneerden, dus over Nederlanders op leeftijd, die doorgaans aangewezen zijn op uitgebreide zorg. Dit is dan ook tegelijk het wezenlijke verschil in de problematiek tussen deze landen en Oostenrijk, waar, zoals gezegd, de kwaliteit van de ziekenfondszorg prima in orde is.

 

De opbouw van de aan Nederland bij te dragen zorgpremie veranderde ook na 1 januari. En, het zal niemand verbazen, alles bij elkaar genomen veranderde die premie met name in de hoogte. De inhoudingen werden alleen maar meer en de eventueel nieuw af te sluiten, buitenland polissen waren eenvoudigweg niet meer te betalen.

De wettelijke premies worden in opdracht van het CVZ direct op pensioen of uitkering ingehouden. Bij niet-inschrijving via het E-121 formulier bij het ziekenfonds van het woonland wordt zelfs gedreigd met een boete van 30% van de premie!

 

(3) Verzekerd in het woonland

 

Omdat in het Nederlandse zorgstelsel het onderscheid tussen ziekenfonds en particulier ophield te bestaan, moest dit verschil ook verdwijnen voor de buiten-Nederlanders. Ook een ieder die tot op heden zelf verzekerd was bij een particuliere verzekeraar of ziekenfonds in het woonland werd verplicht zich in te schrijven met het E-121 formulier bij het ziekenfonds in het woonland en zich zo te melden bij het CVZ. Niet inschrijven betekent niet alleen bovengenoemde boete van 30% van de premie, maar ook dubbel betalen voor zorg, want de door Nederland verplichte bijdragen worden in opdracht van het CVZ “gewoon” op het pensioen of uitkering ingehouden. Maar ook als in het woonland dan maar geen premie meer wordt betaald, zal het wederom niemand verbazen dat de bijdragen aan Nederland vele malen hoger zijn dan de premie aan een verzekeraar of ziekenfonds van het woonland was.

 

(4) AWBZ

 

AWBZ of Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten is een volksverzekering net zoals AOW (Algemene Ouderdomswet) en ANW (Algemene Nabestaande Wet). Ingezetenen van Nederland zijn op grond van het territoriaal geregelde solidariteitsbeginsel verplicht premies voor deze volksverzekeringen af te dragen. Deze premies worden op het inkomen ingehouden door werkgever of uitkeringsinstantie.

 

Niet-ingezetenen, Nederlanders in het buitenland dus, zijn niet verplicht verzekerd voor de Nederlandse volksverzekeringen AOW en ANW. Nederlanders in het buitenland kunnen zich vrijwillig verzekeren voor AOW en ANW bij de Sociale Verzekeringsbank, de SVB.

 

Vòòr 1 januari 2006 bleef de AWBZ van toepassing op Nederlanders in het buitenland die een langlopende uitkering vanuit Nederland ontvingen én ziekenfonds verzekerd waren. Alleen op particulier verzekerden in het buitenland was de AWBZ van rechtswege niet meer van toepassing. Uitsluitend voor particulier verzekerden met een bepaalde langlopende uitkering vanuit Nederland was het onder voorwaarden mogelijk de AWBZ wel vrijwillig voort te zetten.

 

Met ingang van 1 januari 2006 werd de vrijwillige AWBZ verzekering afgeschaft. Maar daarmee werd ook het recht om toegang te krijgen tot de AWBZ voorzieningen in Nederland voor alle Nederlanders in het buitenland afgeschaft. Ook voor de AWBZ gold vanaf nu: Nederlanders in het buitenland zijn vanaf 1 januari 2006 aangewezen op de voorzieningen in het woonland. Alleen, nergens in Europa, Duitsland uitgezonderd, bestaan binnen het wettelijke zorgstelsel voorzieningen à la de AWBZ ! Gezondheidzorg is doorgaans geneeskundige zorg; AWBZ is, zo te zeggen, pleegzorg. Vandaar.

 

Denk nog even aan de eerder genoemde gepensioneerden, wonend in landen als Spanje en Portugal, en de gevolgen laten zich raden.

 

En nu komt het meest bizarre in dit verhaal. Zo bizar zelfs dat schrijver dezes moeite heeft het te verwoorden. Afschaffing van de toegang tot AWBZ voorzieningen per 1 januari 2006 voor alle niet-ingezetenen betekent tegelijkertijd invoering van verplichte financiële bijdrage voor de AWBZ verzekering voor alle Nederlanders in het buitenland. Buiten-Nederlanders, die onder de nieuwe Zorgverzekeringswet gaan vallen, moeten vanaf 1 januari 2006 betalen voor een pleegzorgverzekering, die in hun woonland helemaal niet bestaat.  

 

 

Voldongen feiten of is het laatste woord nog niet gesproken

 

Zoals in het verhaal aangegeven, spelen de grootste problemen in de zuidelijke Europese landen. Hier zijn de gevolgen niet alleen financieel, maar staat met name de kwaliteit van de medische zorg zelf op het spel. En wat is uiteindelijk het meest van belang in het leven . . .

 

In Spanje verenigden de geëmigreerde, gepensioneerde Nederlanders in de Vereniging voor Nederlandse Gepensioneerden in Spanje, de VNGS. In eerste instantie werd in het jaar 2005 geprobeerd via de politiek wijzigingen in de voorstellen te verkrijgen, maar helaas bleek al vrij snel dat hier weinig of geen resultaat viel te behalen. Duidelijk werd dat slechts via de rechterlijke macht enige wijziging kon worden afgedwongen.

Voor het voeren van processen in Nederland en eventueel andere maatregelen, teneinde te trachten de wetgeving met betrekking tot de Zorgverzekeringswet te beïnvloeden, richtte de VNGS op 13 december 2005 de Stichting Belangenbehartiging Nederlandse Gepensioneerden in het Buitenland (SBNGB, hierna verder genoemd: de Stichting) op. De contacten met zusterorganisaties in Frankrijk, Portugal en België werden geïntensiveerd en geformaliseerd. Het bestuur van de Stichting werd uitgebreid met leden van deze organisaties. Inmiddels bestaan contacten met zorgslachtoffers in 24 landen.

 

 

Gerechtelijke stappen

 

Na de invoering van de nieuwe Zorgverzekeringswet op 1 januari 2006 heeft de Stichting een aantal acties genomen. Hieronder volgt een samenvatting. Het eerste proces dat werd gevoerd tegen de zorgverkeraars was een initiatief dat nog volledig voortkwam uit de Spaanse VNGS, voordat de vertegenwoordigers van de zusterorganisaties tot het bestuur van de Stichting toetraden.
 

(1) Kort Geding tegen particuliere verzekeraars

 

Op 23 december 2005 startte een Kort Geding tegen een aantal verzekeringsmaatschappijen wegens het onrechtmatig beëindigen van een aantal ziektekostenverzekeringen en het buiten proportie verhogen van de premies voor een aantal andere, niet beëindigde verzekeringen. 

Dit Kort Geding had tot gevolg dat vastgesteld werd dat eenzijdige opzegging door de verzekeraar onjuist was. Door sommige verzekeraars werden spontaan, na een korte aanwijzing van de rechter dienaangaande, de premies tot meer billijke proporties teruggebracht.
 

(2) Kort Geding tegen de Staat der Nederlanden
 

Vervolgens werd in februari 2006 door de Stichting een Kort Geding aangespannen tegen de Staat der Nederlanden (lees: het Ministerie van VWS) waarin het volgende werd geëist.

 

a)  Een gedeeltelijke buitenwerking stellen van artikel 69 van de Zorgverzekeringswet, zodat een  Keuzerecht ontstaat om zelf een verzekering te regelen in het woonland of middels een buitenland-polis bij een Nederlandse verzekeraar, en dan niet verplicht via het CVZ en het E-121 formulier verzekerd te geraken bij het plaatselijke ziekenfondsorgaan van het woonland.

 

b)  Vrijstelling van de AWBZ-premie, aangezien in de meeste woonlanden geen wettelijk geregelde pleegzorg bestaat en men dus moet betalen voor iets dat niet bestaat. (Buiten de politiek heet dit oplichting of diefstal.)
 

Op 31 maart 2006 werd vonnis gewezen. Het Keuzerecht werd afgewezen, maar de vrijstelling van AWBZ-premie, voorzover daar geen AWBZ-achtige voorzieningen in het woonland tegenover staan, werd toegewezen.

 

De rechter stelde als voorwaarde dat binnen een maand een Bodemprocedure tegen de Staat aanhangig zou worden gemaakt ter beoordeling van de geschilpunten en waarin de eisen wederom gesteld zouden worden. Een Bodemprocedure is echter een zeer langdurige juridische procedure variërend van twee tot vijf jaar.
 

Op 24 april 2006 werd de Staat door de Stichting gedaagd om op 28 juni 2006 te verschijnen in de Bodemprocedure. De Staat antwoordde met een dagvaarding in hoger beroep tegen het Kort Geding vonnis en dagvaardde de Stichting om op 29 juni 2006 te verschijnen voor de Rechtbank.

 

Naar aanleiding van het vonnis in Kort Geding, waarbij de vrijstelling van de AWBZ premie door de rechter werd toegewezen, introduceerde minister Hoogervorst op 23 mei 2006 de zogenaamde “Woonlandfactoren”-regeling. Hierin werd slechts gedeeltelijk tegemoet gekomen aan het vonnis.

 

De Woonlandfactor van Minister Hoogervorst is een ingewikkelde, per woonland verschillende berekening van een factor, waarmee de volledige Nederlandse, verplichte bijdrage moet worden vermenigvuldigd. Het vonnis van de Kort Geding rechter en zelfs zijn eigen 30% korting op de AWBZ-premie, alsmede de no-claim korting op voorhand veegde de minister van de baan. De minister lapte daarmee in feite de gerechtelijke uitspraak eenvoudigweg aan zijn napoleontische laars.

 

Aangezien een Bodemprocedure, zoals gezegd, een zeer langdurige gerechtelijke procedure is, besloot de Stichting op 1 juni 2006 in overleg met haar advocaten tot een alternatieve aanpak. In overleg met de advocaat van de Nederlandse Staat, de Landsadvocaat, werden beide dagvaardingen, Bodemprocedure en Hoger Beroep, opgeschort. Zowel over het Keuzerecht als over de hoogte van de bijdrage zou een procedure bij de Bestuursrechter worden gestart, waardoor het gehele proces aanmerkelijk zou kunnen worden versneld.

 

(3) Bezwaarschriften en Proefprocedures

 

Inmiddels hadden enkele duizenden mensen een bezwaarschrift ingediend bij het CVZ, tegen de verplichte inschrijving bij deze instelling, tegen de bijdrageplicht en tegen het formulier E-121 om zich aan te melden bij het ziekenfonds in het woonland, alsmede bij de Sociale Verzekeringsbank, de SVB, tegen de inhouding op de AOW. Zowel voor het Keuzerecht als voor de hoogte van de bijdrage resp. de Woonlandfactoren selecteerde de Stichting een aantal proefpersonen. Met het CVZ en de SVB werd overeengekomen dat zij voor die proefpersonen een beslissing op het bezwaarschrift zouden nemen, waartegen dan vervolgens in beroep kon worden gegaan bij de Bestuursrechter.

In samenspraak met de advocaat werd voor deze weg gekozen in de hoop hiermee sneller resultaat te bereiken dan met de inmiddels opgestarte Bodemprocedure. Mocht de Bestuursrechter terzijnertijd een gunstige uitspraak doen, dat wil zeggen staat hij bijvoorbeeld het Keuzerecht toe, dan zou dat voor iedereen gelden ! Zo werd overeengekomen met het CVZ en de SVB.

 

-         Raad van State

 

De Bestuursrechter is in dit geval de Raad van State. De eerste zitting bij de Raad van State betrof het aanmerken als verdragsgerechtigde en daarmee als bijdrageplichtige met hieraan verbonden de gedwongen verzekering bij het ziekenfonds van het woonland. Dit was het proces over het Keuzerecht en het had plaats op 19 december 2006.

 

Over de hoogte van de bijdrage werden eveneens beroepschriften ingediend bij de Raad van State. Bezwaren waren gemaakt tegen de inhouding van de AWBZ-bijdrage op de AOW-uitkering, alsmede tegen de inhouding “nieuwe stijl”, te weten conform de Woonlandfactor. Deze zitting was op 27 maart 2007

 

De kans op succes werd redelijk ingeschat, maar we hadden natuurlijk pas gewonnen als we gewonnen hadden. (Johan Cruijff heeft hier ongetwijfeld een passender uitspraak voor.) Maar zo was het, . . . helaas !

 

Op 25 april 2007 deed de Raad van State eindelijk uitspraak in beide zaken. In beide gevallen werd tot een zeer teleurstellend en onbegrijpelijk “niet ontvankelijk” besloten. De Raad van State oordeelde alle bezwaren als zijnde gericht tegen een brief van het CVZ van december 2005, waarin het CVZ het woonlandrecht volgens Europese regels aan betrokkenen meedeelt en een informatiebrochure bijvoegt, het welk niet kon worden aangemerkt als formeel besluit met rechtsgevolg, waartegen bezwaar en beroep kan worden ingesteld.

 

Hoe flauw kun je iets opgediend krijgen! Of is het rekken en d’r bij blijven . . . ?

 

-         Rechtbank van Amsterdam

 

Wel gaf de Raad van State aan, dat bezwaar kon worden gemaakt tegen de inhoudingsbesluiten van de instanties die de heffingen uitvoerden, in casu de SVB en het CVZ. Weer van voren af aan beginnen, dus, met nieuwe proefprocedures.

 

Na het opnieuw doorlopen van een formele bezwaarprocedure bij de SVB en het CVZ werd wederom beroep aangetekend, maar nu bij de Bestuursrechter in Amsterdam (omdat intussen de Zorgverzeke-ringswet op dat punt was veranderd, was de Raad van State niet meer de aangewezen instantie). In beginsel konden daarbij dezelfde processtukken in het geding worden gebracht als eerder bij de Raad van State en zouden mogelijk nog voor het eind van 2007 uitspraken beschikbaar kunnen zijn.

 

Net als bij de Raad van State bereidden de advocaten van de Stichting een voorstel voor voor een eventueel prejudiciëel advies bij het Europese Hof van Justitie. Wanneer een nationale rechter namelijk twijfelt aan de uitleg van Europees recht, bijvoorbeeld in ons geval aan de interpretatie van het Keuzerecht, dan kan (dus geen verplichting) hierover door de rechter vragen worden gesteld aan het Europese Hof van Justitie. De bedoeling van de advocaten van de Stichting was om niet pas een prejudiciële verwijzing te “krijgen” bij de Centrale Raad van Beroep, indien in beroep zou moeten worden gegaan, en om onze zaak te bespoedigen.

 

De zitting had plaats 23 november 2007. De verwachtingen waren hoog gespannen. De rechters gaven blijk de materie grondig bestudeerd te hebben. De zitting duurde zes uren.

 

Op 3 februari 2008 was het vonnis van de Rechtbank bekend. En wederom was het vonnis niet positief. De Rechtbank van Amsterdam was wel ingegaan op de inhoudelijke kant van de zaak, maar verwierp de beroepen.

 

Ten aanzien van het Keuzerecht heeft de Rechtbank haar redenering vooral gebaseerd op  (veronder-stelde) doel en de strekking van artikel 28 van de Europese sociale verzekeringsverordening 1408/71: het recht op woonlandzorg op basis van communautaire titel bestaat en daarvoor moet betaald worden, ook al maakt men er geen gebruik van.  Het betreft hier eigen opvattingen van de Rechtbank. 

De Rechtbank gaat daarbij voorbij aan de tekst van artikel 33 van Verordening 1408/71, waarin is bepaald dat van personen die niet ten laste van Nederland komen ook geen bijdragen mogen worden geheven. Met name in die gevallen waarin AOW-gerechtigden zich niet hadden ingeschreven in hun woonland en een (niet-Nederlandse) particuliere verzekering hadden, valt niet goed te begrijpen dat de Rechtbank aan de bewoordingen van artikel 33 voorbij is gegaan.

Voor de Rechtbank was alles zeer duidelijk. Préjudicieel advies vragen bij het Europese Hof hebben de rechters dan ook niet nodig gevonden. Wel merkte de Rechtbank op dat volgens het Europese Hof premies NIET dubbel betaald mogen worden.

 

Ten aanzien van de Woonlandfactoren vond de Rechtbank dat alleen maar gekeken mag worden of de overheid in redelijkheid tot deze berekening heeft kunnen komen en dan moet die “redelijkheid” nog zéér ruim worden uitgelegd. Een marginale toets, dus. De Rechtbank heeft zich dus niet afgevraagd of een andere regeling beter was geweest, maar vroeg zich slechts af in hoeverre déze redelijk is. Oftewel, slechts als de berekening ONredelijk geweest zou zijn, dan zou de Rechtbank er iets van zeggen. Welnu, de Rechtbank vond de totstandgekomen Woonlandfactoren niet zeer onredelijk.

De Rechtbank concludeerde ten aanzien van het gelijkheidsbeginsel terecht, dat gepensioneerden in Nederland en buiten Nederland niet gelijk zijn, maar dat laat onverlet dat de benadering van het Ministerie in onze opvatting apert onredelijk uitwerkt. De Rechtbank heeft de argumenten van de Stichting zonder inhoudelijke motivering verworpen.

 

Na overleg met de advocaten heeft de Stichting unaniem besloten tegen het vonnis in beroep te gaan.

 

-         Centrale Raad van Beroep

 

Tegen de uitspraken van de Rechtbank zal hoger beroep worden  ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep in Utrecht. Die zal moeten oordelen of de Bestuursrechter al dan niet terecht het Keuzerecht heeft ontkend en al dan niet terecht de Woonlandfactor geldig heeft geacht. Hierna zijn er geen (hoger) beroepsmogelijkheden meer.

 

Als rechter in laatste instantie moet de Centrale Raad van Beroep prejudicieel advies vragen aan het Europese Hof van Justitie, wanneer twijfel bestaat over de uitleg van Europees recht. De bedoeling van de advocaten van de Stichting eerder om de zaak te bespoedigen en om niet pas een prejudiciële verwijzing te “krijgen” bij de Centrale Raad van Beroep zijn helaas niet begrepen.

 

-         Europese Hof van Justitie

 

De vraag omtrent het Keuzerecht is een Europees rechtelijk vraag (en die omtrent de Woonlandfactor ook, maar in mindere mate). Daarom dringt de vraag zich op of sowieso het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschap gevestigd in Luxemburg niet zou moeten beslissen over deze zaken.

 

Voorop moet worden gesteld dat het voor particulieren helaas niet mogelijk is om nationale maatregelen, zoals de Zorgverzekeringswet, aan te vechten bij het Hof van Justitie. Alleen de Europese Commissie kan dat door een zogenaamde inbreukprocedure tegen Nederland te starten, wanneer zij vindt dat de Zorgverzekeringswet in strijd is met Europees recht. Zoals bekend, vindt de Commissie dat niet en is zij dan ook niet van plan een dergelijke procedure bij het Hof van Justitie te starten.

 

 

Politieke lobby en overige maatregelen

 

Tegelijk met gerechtelijke stappen en bestuurlijke procedures werd ook getracht langs politieke weg enig gehoor te vinden, hetgeen diverse malen resulteerde in heel veel vragen aan de Minister van VWS (voorheen: Hoogervorst; thans: Klink) door diverse Kamer- of Vaste Kamercommissieleden.

 

In 2007 werd door de Stichting meerdere malen getracht in gesprek te komen met de Minister van VWS. Ook werd getracht in gesprek te komen met een aantal Kamerleden.

 

Op 7 september 2007 werd de minister schriftelijk, onderbouwd met diverse voorbeelden en berekeningen, nog eens uitgebreid gewezen op de problematiek en het inconsequente handelen van de minister ten opzichte van zijn eigen publicaties. Ook de Vaste Commissie VWS van de Tweede Kamer werd uitgebreid, schriftelijk, voorgelicht over de diverse problemen met de Zorgverzekeringswet.

 

Op 19 november 2007 hebben de voorzitter en de penningmeester de SVB bijeenkomst “Over de grens” bijgewoond. Getracht werd daar gehoor te vinden voor de problemen van de buiten-Nederlanders tijdens het politiek forum. Helaas werd dit, na een aanvankelijke toezegging tot het stellen van vragen, kortweg afgekapt. De PvdA vertegenwoordiger, Ton Heerts, ging zelfs zover om stellig te beweren dat er toch niets zou veranderen. Aan het eind van die bijeenkomst werd de voorzitter van de Stichting benaderd door een vertegenwoordiger van het ministerie met het verzoek om nog in die week een gesprek te komen voeren op het ministerie.

 

Dit gesprek vond plaats op 22 november. De gehele problematiek kwam uitgebreid aan de orde. Van de zijde van het ministerie werd uitdrukkelijk gesteld dat het Keuzerecht niet aanvaardbaar was, omdat dat niet zou worden toegestaan door de overige leden van de EU. De overige zaken waren wel bespreekbaar, maar hebben (nog) niet tot resultaat geleid. Aan het eind van de bespreking werd het door de minister op dezelfde dag aan de Tweede Kamer gepresenteerde “Masterplan” overhandigd aan de voorzitter en de penningmeester van de Stichting.

 

Uitvoerige bestudering van het “Masterplan” gaf aan dat de minister op geen enkele wijze rekening had gehouden met de eerder aan hem ter kennis gestelde problemen. Dit gaf weer aanleiding tot een tweetal uitgebreide reacties op dit “Masterplan” naar de minister en de Vaste Commissie VWS, alsmede een aantal Kamerfracties.

 

Ook werd getracht de pers te interesseren voor de problematiek. Diverse kranten en weekbladen kregen kopieën toegestuurd van de stukken die naar de minister en Vaste Commissie VWS waren gestuurd. Helaas was de reactie tot dusver teleurstellend.

 

Contacten met de European Citizen Action Service, ECAS, leidden tot het lidmaatschap van de Stichting van die organisatie. Deze organisatie is opgericht in 1990 als een onafhankelijk internationale non-profit organisatie. De huidige voorzitter is de voormalige EU commissaris de heer Mario Monti. ECAS is gevestigd in Brussel.

De door de Stichting ingestelde denktank, bestaande uit een aantal personen uit een groot aantal Europese landen, heeft een aantal documenten aan ECAS ter behandeling voorgelegd, waarin de negatieve aspecten van de Zorgverzekeringswet zijn belicht.

 

 

Oproep

 

De Nederlandse Staat tracht zijn wettelijke bevoegdheid uit te breiden tot ingezetenen van andere landen, die, zelfs als ze de Nederlandse nationaliteit hebben, op het gebied van het ziektekostenstelsel niets met Nederland te maken (willen) hebben. Deze Nederlanders zijn zeer wel in staat hun verzeke-ring zelf te regelen. De Europese verdragsgerechtigdheid is geen verzekeringsplicht!

 

Op de te behalen resultaten van de Stichting kan geen exclusiviteit worden opgeëist. Ook u als Neder- landse gepensioneerde of uitkeringsgerechtigde in Oostenrijk rijdt nu al mee op de trein van de ver-schillende gerechtelijke procedures en de reeds behaalde resultaten.

 

Het voeren van een procedures lijkt een vanzelfsprekendheid, maar uit financiële optiek is dat helaas niet zo. De Nederlandse Staat heeft immers een leger Landsadvocaten ter beschikking die worden betaald met overheidsgeld, afkomstig van de door de burgers betaalde belasting.

 

De kosten die de Stichting Belangenbehartiging Nederlandse Gepensioneerden in het Buitenland voor het voeren van procedures moet maken worden volgens een afgesproken, vaste verdeelsleutel volledig vergoed door de organisaties waaruit de bestuursleden voortkomen, te weten de Spaanse VNGS, alsmede de Portugese, Franse en Belgische zusterorganisaties. De Stichting kent derhalve geen voor- of nadelige baten en geen eigen vermogen.

Aan processen en bijkomende kosten werd door de Stichting in het jaar 2006 een bedrag van € 281.803,- besteed. In het jaar 2007 werd € 76.913,- besteed aan gerechtelijke procedures en juridische adviezen. Deze kosten kwamen volledig ten laste van de aangesloten organisaties.

 

Daarom maken wij bij deze van de gelegenheid gebruik om een beroep op uw sociaal gevoel te doen. Wij vragen aan u om lid te worden van de Internationale Vereniging van Nederlandse Gepensioneerden in Spanje. Ook alle gepensioneerden in Oostenrijk die bij ons bekend zijn, zijn lid van deze vereniging. Het internet-adres van de Spaanse Vereniging is www.vngsint.com

 

De contributie bedraagt € 100,- per jaar, maar dat is een zonder meer een goede investering!  Uw lidmaatschapsgeld zal direct worden ingezet om de zaak tegen de Nederlandse Staat door en voort te zetten. En dat is, helaas, nog steeds hard nodig. 

 

De Spaanse vereniging wordt inmiddels al financieel gesteund door meerdere buiten-Nederlanders met hun gezinsleden in Oostenrijk. Alleen een gezamenlijke actie van alle Heimatvertriebene in Europa maakt kans ons te onttrekken aan een verplichting die door Nederland wordt opgelegd, nadat wij ons gevestigd hebben in Oostenrijk.

 

Wij roepen alle personen in Oostenrijk met een pensioen of uitkering uit Nederland op te reageren en ons een e-mail te sturen naar ons, de Vereniging van Nederlandse Pensionisten in Oostenrijk,

e-mailadres: vnpo@aon.at

 

 

Meer informatie

Meer informatie op onderstaande Website's

 Vereniging voor gepensioneerden in Spanje 

College van Zorgverzekeringen (Buitenland)

Zusterorganisaties: 

      

 

      

         

   

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

                                                                                                                                                                   

Bladwijzertop

 

© Drs. Karin Mollee

Bladwijzertop
Bladwijzertop
Bladwijzertop
Bladwijzertop
top
Bladwijzertop
Bladwijzertop
Bladwijzertop
Bladwijzertop

 

 

 

 

België

 

 

Frankrijk

 

 

 

 

Malta

 

 

 

 

Duitsland

 

 

 

 

 

Luxemburg

 

 

 

 

Portugal

Bladwijzertop
Bladwijzertop